Zondag 15 maart: Peñiscola

Gistermiddag hebben we het expansievat nog wat aangevuld met koelvloeistof. Toen we vanochtend vertrokken wisten we dus precies hoe hoog het vloeistofpeil stond. Voor de zekerheid wilden we nog een extra litertje kopen dus stopten we na een kilometer of 15 bij een Repsol tankstation. Ze hadden ruitensproeiervloeistof in allerlei kleuren en maten, maar niks voor de koeling. Na controle bleek trouwens dat het niveau iets was gestegen, logisch omdat het warm was geworden. Ergo: geen extra vloeistof nodig. Onderweg tijdens de lunch nog even gecontroleerd: prima op peil. De pech met de koelwaterpomp konden we hiermee afsluiten.

We hadden op de Garmin Peñiscola als eindbestemming ingegeven, een afstand van 404 kilometer. De rit verliep voorspoedig, met zo nu en dan een blik werpend op de temperatuurmeter. Het vertrouwen in de motor is weer hersteld.

De rit liep weliswaar voorspoedig, maar het stormde de gehele tijd. En ook nu om 22:00 nog. Teveel wind om de Oysterschotel op te zetten.

We staan op de cp La Brisa. Meer en meer maken we mee dat de toegang en afrekening geautomatiseerd worden, zo ook hier. Het kenteken wordt met een camera geregistreerd terwijl je per knopdruk een kaartje uit de automaat plukt. Als je vertrekt meld je je met dat kaartje bij de afrekenautomaat om te betalen. Zo simpel is het…..

 

de grasstrook heeft duidelijk geleden onde de vele regen, gelukkig is de modder nu droog

de camper in de spiegelende achterkant van de tankauto, zijn wij

natuurlijk even de wandelschoenen aan

er valt genoeg te eten in de stad

Maandag 16 maart: Peñiscola

De wind bleef gisteravond aardig doorstaan en werd zelfs heviger, waardoor we de schotel maar hebben laten zakken. De rest van de tv-programma’s hebben we via de iPad gekeken.

Toen we vanochtend opstonden, bleek dat de zon dat al veel eerder had gedaan en bleef de hele dag aanwezig. Het werd 17º, maar door de wind voelde dat niet zo. We hebben de fietsen gepakt en zijn, binnendoor, richting Benicarló gefietst. Het leek daar wel feest, het bleek Las Fallas te zijn.

Las Fallas is het grootste straatfestival van Spanje met veel kunst en cultuur. Het is een overweldigende, wondere wereld van gigantische geknutselde beelden, 'fallas' genoemd. De figuren hebben zich op hun allermooist gekleed en lijken wel prinsen en prinsessen in hun allermooiste kleren. De Fallas worden gevierd in maart. De oorsprong van het feest gaat terug naar de traditionele, geïmproviseerde vreugdevuren om de komst van de lente te vieren. Het feest valt ook samen met de viering van Sint-Jozef, de patroonheilige van de timmerlieden.

De honderden gigantische, satirische poppen en bouwwerken van hout en piepschuim worden op de slotnacht (19 maart) in een enorme ‘vuurnacht’, La Cremà, ritueel verbrand.

Maar ja, hout en piepschuim in de openbare buitenlucht verbranden lijkt niet echt een goede combi.

We fietsten terug via de lange boulevard naar het toeristische centrum van Peñiscola. We wilden iets gaan eten en na lang wikken en wegen vonden we een restaurant waar we hebben gegeten. Een pizza voor mij. Zalm met friet en salade voor Margot. Hebben we lekker gegeten? We hebben gegeten.

Terug bij de camper nog even een paar jerrycans water gehaald en vuilwater afgevoerd. Morgen willen we weer gaan rijden.

 

hij zat er ook, maar maakt geen deel uit van de andere figuren en hem wacht dus ook niet hun lot.......

Dinsdag 17 maart: Vilassar de Mar

Afgelopen nacht was een koude. Toen we vanochtend opstonden was het buiten slechts 3º, dus hadden we op tijd de kachel al even aangezet. In combinatie met de zon werd het binnen snel aangenaam.

Voordat we wegreden hebben we eerst nog even de toiletcassette geleegd. Het eerste adres op de boodschappentoer was BonArea, het tankstation waarvan Garmin dacht dat het zich op een hele andere plaats bevond. Eenmaal gevonden moesten we in de wachtrij. Het is een tankstation met de minst agressieve prijs in de wijde omgeving. Een liter diesel kostte hier €1,748. Het volgende adres was Aldi en de oogst was een bescheiden kar met van alles wat. We kunnen er dus op beide fronten weer even tegen.

Vandaaruit zijn we noordwaarts gaan rijden. Logisch dat het aanmerkelijk drukker was dan zondag. Lange rijen vrachtwagens, die hier kennelijk sneller mogen rijden dan in Nederland. We vonden een cp ten noorden van Barcelona. Maar deze cp kwam niet voor in de keuzelijst van de Garmin. We hebben daarom de bestemming d.m.v. coördinaten in de navigatie ingegeven. Maar toen we volgens Garmin nog ongeveer 10 kilometer van het doel verwijderd waren, bekroop ons het angstige vermoeden dat er iets niet helemaal klopte. En dat klopte helemaal. We waren inmiddels op een zandweg beland die op sommige plekken niet breder was dan een uit de kluiten gewassen fietspad. Bovendien zaten er bochten in de zandweg die je bijna het type haarspeld kon noemen. Omkeren behoorde al lang niet meer tot de mogelijkheden, achteruit terugrijden evenmin. En als klap op de vuurpijl moesten we over een door water uitgesleten geul die dwars over dat fietspad liep. Stapvoets weliswaar en we dankten, wie was het ook alweer, op de blote knietjes dat we zelfstandig verder konden en kwamen uiteindelijk weer op een asfaltweg terecht. Wat was nou uiteindelijk het probleem? Bij het ingeven van de coördinaten hadden we een foutje gemaakt. Het had een zeer kostbaar foutje kúnnen worden.

We zijn vanaf die asfaltweg verder gaan navigeren op Google Maps en ons doel bleek zich nog ongeveer 20 kilometer verderop te bevinden. Maar toen we ons inmiddels vlakbij dat doel bevonden zijn we nog een paar keer uitgestapt om te beoordelen of het verantwoord was om verder te rijden.

We staan nu veilig op de cp Agro camper Cases de Camp. We waren niet in de stemming om ook nog foto’s van het zanderige fietspad te maken.

 

dit was al vlakbij de cp, maar toch eerst even verkennen....

hè, hè, het is dan toch eindelijk gelukt

Woensdag 18 maart: Vilassar de Mar

Het was een mooie dag met zon en een minder koude nacht dan de vorige, nu met 6º.

Overdag werd het een aangename 17º. Nu om 20:00 is het nog 13º maar de wind doet weer van zich spreken, we staan af en toe weer te schudden op de wielen. De schotel hebben we veiligheidshalve maar weer laten zakken, de uitslagen van de verkiezingen horen we wel op een later moment.

Het weer was te mooi om binnen te blijven. We hebben de fietsen gepakt en zijn eerst op weg naar de haven van Mataró gegaan. Om er te komen was al een beetje een opgaaf, want (uiteraard) geen fietspaden. Wel mag je op de N-II fietsen, maar de vluchtstrook naar het noordoosten die je daarvoor dan kunt gebruiken was niet echt royaal van afmeting. Dus probeerden we het via allerlei geitenpaadjes. Hoe dichter bij de haven, hoe meer we op fabrieksterreinen belandden. En we vermoedden ook dat de haven een industriehaven is. We hebben de poging opgegeven en zijn weer teruggegaan, nu wél via de N-II omdat de fietsstrook aan die kant beduidend breder was.

Terug bij de camper hebben we eerst een broodje gegeten, waarna we een volgende havenpoging hebben ondernomen, de Marina Port Premià van Premià de Mar. Dit is een echte jachthaven met bijbehorende infrastructuur in de vorm van veel restaurants en winkels. En natuurlijk een onderhoudsfaciliteit voor alle schepen. Wat opviel op de parkeerplaatsen was een behoorlijk aantal auto’s van de merken Mercedes, BMW, Porsche en ander luxe speelgoed.

We waren op tijd weer terug bij de camper en hebben nog heerlijk een tijdje buiten van het mooie weer kunnen genieten.

Morgen weer een stukje verder naar het noorden.

 

hier twijfelden we gisteren: doen of niet

en zo is het morgen als we weer omhoog moeten

de ingang van de cp

het strikje om het verrassingspakket ontbreekt

Donderdag 19 maart: Besalú

Toen we gisteren vlakbij de industriehaven waren, zagen we in die omgeving ook een aantal tankstations. Die van EscaltOil had op dat moment de minst onvriendelijke prijs. Dus was dat voor vanochtend ons eerste doel. De prijs van gisteren was al weer een paar cent gestegen en was nu €1,819. En die tendens zal nog wel een tijdje doorgaan. Er ging toch weer 30 liter in de tank, dat hebben we dan maar weer. We zijn op weg gegaan voor een tochtje van 140 kilometer, makkie. Het weer was goed met af en toe een paar spatjes die de naam motregen zelfs niet mochten dragen. De weg was goed en er was relatief weinig vrachtverkeer.

Het doel van vandaag was Besalú, en met name het buffetrestaurant Castell de Besalú.

We hadden hier ooit lovende kritieken over gehoord en we hebben in het verleden een paar keer voor een dichte deur gestaan. Nu kenden we de openingstijden, dus nieuwe kansen. We waren om even over één uur binnen en konden nog een tafeltje boeken tot kwart voor drie. Eenmaal binnen vroegen we ons af waar die tijdslimiet voor diende, er waren nog meer dan voldoende tafeltjes vrij. Maar dat veranderde rond twee uur. Het restaurant liep helemaal vol. De touringcars, geparkeerd op de vroegere cp achter het restaurant, lieten hier hun passagiers uitstappen en binnen de kortste keren was het vol. Wat waren wij blij dat we ruimschoots eerder waren, zodat we op ons dooie akkertje de lekkerste gerechtjes konden uitzoeken. En om 14:35 werden we door een van de medewerkers erop geattendeerd dat onze tijd er toch echt over 10 minuten opzat.

Dat klinkt misschien negatief, maar niet zo bedoeld. We hebben hier heerlijk gegeten.

Daarna eerst maar even uitbuiken in de camper, waarna we naar het stadje gelopen zijn. Ook hier hadden bussen hun passagiers geloosd, nu allemaal schoolklassen, zo te zien voortgezet onderwijs. Aan een deel van deze jongelui was te zien dat de uitleg over deze oude stad niet aan hen besteed was.

Besalú ligt in de provincie Girona in Catalonië. Veel gebouwen dateren uit de 11e of 12e eeuw.  Het is eigenlijk een levend museum met heel veel middeleeuwse architectuur en mystiek. Besalú telt 2.438 inwoners.

Je loopt de stad het mooiste in over de Puente Romano. Dit is een elfde-eeuwse versterkte brug met zeven bogen en twee torens over de rivier de Fluvià. Het is een van de best bewaarde middeleeuwse bruggen in Spanje en is een schilderachtige ingang tot het historische, goed bewaarde centrum.

De drukte in de stad laat zich mogelijk het best verklaren doordat 19 maart de Dag van San José (Sint Jozef) blijkt te zijn. Het is geen nationale, maar een regionale feestdag.

 

hier nog heel rustig...

...dat was na een uurtje heel anders

toen wij uitgegeten waren, stonden er nog veel mensen te wachten op een tafeltje

dit is de toegangsbrug naar de oude stad

hier mochten we een paar jaar geleden nog overnachten, nu niet meer

het lijkt dreigend, maar er viel geen water uit

Vrijdag 20 maart: Millau

Afgelopen nacht was een koude met een minimum van 3º. De dag maakte veel goed met zon en ruim 20º. Nu om 23:00 is het nog 8º.

We waren op tijd op pad met Millau als volgende doel. Een rit van iets meer dan 300 kilometer en voerde ons o.a. via de zeer bochtige D-914 langs de wonderschone kust met plaatsen als Cerbère, Banyuls-sur-Mer, Port Vendres en Collioure, om uiteindelijk uit te komen op de welbekende A-75. Rond vier uur waren we op de cp van CampingCar Park in Millau.

 

Zaterdag 21 maart: Saint-Pourcain-sur-Sioule

We zijn inmiddels onderweg naar huis. We proberen reisdagen van zo’n 300 tot 400 kilometer te maken. Redelijk op tijd vertrekken en dan in de loop van de middag aankomen op voor ons inmiddels bekende plekken. De beschrijving van de komende reisdagen zal minimaal zijn.

Na het openen van onze luiken vanochtend, bleek dat veel campers alweer waren vertrokken. Wij zijn niet van die vroege vogels…..

Gister in de namiddag hadden we met de jerrycan op het karretje de drinkwatervoorraad al aangevuld. Vanochtend nog even de pot geleegd. Er diende echter nog wel iets te worden aangevuld: diesel. We vonden bij Auchan een zelftankstation. De dieselprijs was €2,119. We hadden 51 liter nodig, tel uit je winst. En het einde is waarschijnlijk nog niet in zicht. Ook konden we daar gelijk LPG tanken, twee vliegen in één klap.

Het doel van vandaag was Saint-Pourcain-sur-Sioule. Een rit van 325 kilometer, mét zon en een aangename temperatuur van rond de 20º. Dat was vanochtend bij opstaan wel anders, de minimum buitentemperatuur was 2º geweest.

Vanaf het tankstation reden we eerst weer zuid, om vervolgens weer naar de A-75 te gaan en dan over de brug der bruggen. Je kunt ook vanuit de stad direct noordwaarts gaan, maar ons geheugen meldde dat dat niet een prettige route was.

Voor morgen staat Langres op het menu.

 

Zondag 22 maart: Langres

De cp in Saint-Pourcain-sur-Sioule is in deze tijd van het jaar een echte doorgangsplek, vanuit Spanje en Marokko weer naar huis. Een groot deel was vanochtend al vertrokken, of vertrok tijdens ons ontbijt. Ook waren er gisteravond nog weer campers bijgekomen nadat wij de luiken al hadden gesloten.

Ook vanochtend, net zoals vorige dagen, hebben we driekwartier voordat we opstonden de kachel even opgestookt. Buiten was het vannacht 4º geweest, binnen was het op dat moment slechts 11º. Het werd echter een mooie dag met veel zon, weinig wind en 16º.

Langres stond nog steeds op het menu voor vandaag met een afstand van zo om en nabij de 280 kilometer. We hadden waarschijnlijk nog voldoende diesel om Langres te bereiken, maar wilden toch de voorraad nog even aanvullen. Geen probleem, zou je denken. Vanuit Saint-Pourcain-sur-Sioule naar Langres, tolweg mijden, duurde het echter ruim 80 kilometer eer we een tankstation vonden. Een AVIA-pomp bij een Super-U in Autun.

We tankten daar voor €2,199. We proberen straks in Luxemburg de tank weer vol te gooien.

Omdat de supermarkt open was vandaag, konden we gelijk even een lunchbroodje scoren, met wat andere kleinigheden. Betalen doen we dan met de telefoon. Zo niet de mevrouw die net voor ons was bij de kassa. Zij betaalde met een cheque die terplekke nog uitgeschreven moest worden. Wij herinneren ons dat nog wel uit de periode dat wij net getrouwd waren, maar dat is inmiddels 55 jaar geleden. We weten niet of betalen met een cheque hier nog gebruikelijk is, verbazen deed het ons wel.

Om kwartoverdrie waren we terplekke. De cp was nog niet vol, na ons arriveerden er nog een stuk acht. En misschien later nog wel meer. We hebben nog even de benen gestrekt met een wandeling door het centrum. Het verbaasde ons dat de camping geopend was en zelfs behoorlijk bezet.

Het is nu om 20:45 buiten 8º en we staan op 450 meter hoogte. Benieuwd hoever de temperatuur vannacht gaat dalen.

Morgen weer verder, en staat Blegny op de menukaart.

 

Maandag 23 maart: Blegny

We reden vanochtend om negen uur en waren om kwart voor vier in Blegny. Een rit van een dikke 400 kilometer. Met wederom heel mooi weer. Overwegend zonnig, weinig wind en een aangename temperatuur van zo’n 18º.

We zijn van zuid naar noord door Luxemburg gereden en bij het vierde tankstation nog maar een keer diesel getankt. Hier, en overigens bij alle tankstations in Luxemburg die we zagen, kostte de diesel €2,006. Dat zal wel even wennen worden thuis. Bij Makro in Groningen is de prijs op dit moment €2,389.

In het mijnrestaurant zijn we ons te buiten gegaan aan een menu met Belgische frieten, twee gehaktballen en wat groenvoer. En als dorstlesser een heerlijk gekoeld Kriek-biertje. Het werden er zelfs twee.

Morgen huiswaarts.

 

Dinsdag 24 maart: Groningen

Vandaag was de laatste dag van deze reis. Vanuit Blegny eerst 140 kilometer naar Wierden voor een reparatie van de pratende fietshelm van Margot. Het werd geen reparatie, maar omruilen voor een nieuwe vanwege de nog geldende garantie. Daarna nog 250 kilometer naar huis.

We waren eerst van plan om de dieseltank in België nog een keer af te vullen, maar we hadden er vanuit Luxemburg nog maar 100 kilometer mee gereden. Bovendien was de prijs die we aan de pomp vlakbij Blegny zagen ook niet echt interessant. Eenmaal in Nederland zagen we prijzen van een andere orde. Een literprijs van €2,70, aan de snelweg, was geen uitzondering.

We hadden een voorspoedige thuisreis en parkeerden even na halfdrie de camper weer op de oprit. Omdat de weersverwachtingen voor de komende dagen nogal dubieus zijn, hebben we de camper gelijk volledig uitgepakt. Morgen nog even de LPG-fles vullen en dan gaan we de camper voorlopig schorsen. We begonnen de reis op 15 januari, die toen nog ‘Marokko, voorjaar 2026’ heette. Gaandeweg hebben we de naam veranderd in ‘Marokko? Of toch niet: voorjaar 2026’

In tegenstelling tot voorgaande reizen, hadden we nu te maken met nogal wat materiele pech. En dat begon al voordat we waren vertrokken. De ruitenwissermotor was defect en moest worden vernieuwd. De aanrechtkraan gaf geen water meer en dat gold ook voor de spoeling van het toilet. Oh ja, en niet te vergeten het Campexx-fiasco, gelukkig hebben we de koop kunnen ontbinden en is vlak voor de kerstdagen het levelsysteem weer verwijderd.

Maar ook tijdens de reis was het af en toe hommeles. De lithium accu die er spontaan de brui aan gaf, een alarmerend oranje lampje op het dashboard, verlichting in douche/toilet defect, lekkage via een dakluik, een defecte vorstbeveiliging en ik vergeet vast nog wel wat.

Ook het weer werkte niet altijd mee. Op de heenweg hadden we nogal wat regen gehad en heel veel harde wind. Dit alles bijelkaar heeft ons uiteindelijk doen besluiten om de oversteek naar Marokko niet te maken. En als klap op de vuurpijl hadden we vorige week nog een defecte koelwaterpomp.

Dit klinkt allemaal nogal negatief. Maar ondanks dat hebben we ons prima vermaakt en hadden we het best naar ’t zin met af en toe hier en daar fietsen en wandelen, met als welkome afwisseling een menu del dia of een pizza. En vergeet vooral de Café Asíatico niet.

Na thuiskomst bleek dat we in totaal ruim 6000 kilometers hadden gereden. En nu op naar een volgende trip, maar ik vrees dat dat nog wel even zal duren gezien de alsmaar stijgende prijs voor diesel.